De oude Lindeboom

door, en met toestemming van Bert Voorhoeve


Er was eens een klein gezellig dorpsplein.

Kinderen speelden op het plein en op warme zomeravonden zaten de mensen nog lang voor hun huis met elkaar te praten.

's Zomers was het erg heet op het plein, nergens was een plekje schaduw en in de herfst en winter kon je er niet schuilen voor de regen.

Op een dag besloot men daarom midden op het plein een boom te planten, een linde.


De linde groeide uit tot een grote, krachtige boom.

Volgens een oude traditie werd de boom gesnoeid tot een 'etalagelinde'.

De takken van de onderste etage stelden het volk voor, de takken daarboven de adel, de volgende etage de geestelijkheid 

en tenslotte de drie takken in de top van de boom: de goddelijke drie-eenheid.

De linde werd het middelpunt van het dorp.

Rond de boom verrezen op vaste dagen van de week marktkramen waar een levendige handel werd gedreven.

Rondtrekkende gezelschappen speelden er toneel, goochelaars en jongleurs vertoonden er hun kunsten, 

muzikanten maakten muziek en straatzangers zongen er hun volksliederen en ballades.

Op warme dagen was het heerlijk in de schaduw van de linde.


Honderden jaren stond de linde op het plein. In die tijd veranderde het dorp in een stad.

Veel huizen aan het plein verdwenen en er kwamen nieuwe voor in de plaats.

Maar nog altijd vond de markt plaats in de schaduw van de eeuwenoude linde.

En op de bank rond de stam onder de oude linde vertelden oude mannen op zomeravonden hun verhalen.

In de loop der jaren was de boom door ouderdom en weer en wind zwaar beschadigd.

De takken van de bovenste drie etages van de boom, 'de drie-eenheid', de geestelijkheid en de adel, waren verdwenen.

Alleen de takken van de onderste etage, 'het volk', wierpen nog enige schaduw op het plein.


Maar de takken werden zo lang dat ze topzwaar werden.

Op een dag viel er een zware tak van de linde op de marktkramen.

De eigenaars waren woedend.

Er hadden wel ongelukken kunnen gebeuren.

Volgende keer zou het minder goed af kunnen lopen.

De boom moest weg.

Boze mensen hingen een bord aan de stam van de linde:

 'Wij zijn het zat, deze boom moet plat.'

Er waren ook mensen die vonden dat de boom moest blijven.


Vier eeuwen lang was de linde het middelpunt geweest van de gemeenschap.

Zo'n symbool kon toch niet zomaar omgezaagd worden.

Op allerlei plaatsen in de stad plakte men teksten op:

'Wie aan de linde komt, komt aan ons', 

en: 'Zagen, zagen, dat moet niemand wagen'.

Honderden protestbrieven werden verzonden.

Er waren zelfs mensen die in de boom klommen om te voorkomen dat de boom omgezaagd zou worden.

Maar het stadsbestuur besloot de linde toch weg te halen.

Onderzoek had uitgewezen dat de stam helemaal hol was.

Dus was de boom gevaarlijk geworden.


Op de dag dat de boom omgezaagd zou worden hadden vele mensen zich op het plein verzameld.

Velen plukten nog een takje van de boom als herinnering.

De koster van het plein luidde de klokken.

Eerst werden de takken van de boom gezaagd,

daarna werd de los gezaagde holle stam opgehesen aan dikke touwen.


Toen gebeurde er een wonder.

Er werd een klein lindeboompje zichtbaar dat tot ontwikkeling was gekomen in de holle stam van de boom.

Doodstil was het plotseling op het plein.

Terwijl de boom stierf gaf hij zijn laatste geschenk aan de mensen, een boodschap:

'als het oude sterft, kan er iets nieuws geboren worden'.

Diep onder de indruk verlieten de mensen het plein en het laatste geschenk van de eeuwenoude linde droegen ze mee in hun hart.